Stage lopen bij E-learning Training
14 december 2018
SCARF: Motivatie in e-learning | Deel 5: de F van Fairness
21 januari 2019
Laat alles zien

4C/ID model en E-learning

Door Denise Koopmans

Voor een project laatst hebben we het 4C/ID model toegepast. Het 4C/ID model (vier componenten instructiemodel van Van Merriënboer) is een interessante tactiek om complexe vaardigheden aan te leren. Het is toe te passen op verschillende onderwijsvormen, zoals bijvoorbeeld e-learning!

Zoals de naam al zegt bestaat het 4C/ID model uit vier componenten, namelijk de leertaak, ondersteunende informatie, procedurele informatie en deeltaakoefeningen.

Het onderwerp, bijvoorbeeld het maken van een game, wordt aangeboden in de vorm van leertaken. De complexe vaardigheid wordt daarin in één keer uitgelegd in plaats van dat het in stukjes wordt opgedeeld. Je ziet daardoor het totaalplaatje in plaats van losse stukjes die je daarna zelf aan elkaar moet plakken. Je staat daardoor ook veel dichter bij wat je in de werkelijkheid gaat tegenkomen.

Het onderwerp wordt eerst versimpeld aangeboden en gedurende de module worden de taken ingewikkelder en complexer. Denk daarbij aan dat je eerst een kleine, makkelijke en korte game maakt en daarna steeds meer complexe games.

Ondersteunende, ofwel begeleidende informatie wordt vanaf het begin aangeboden. Deze informatie helpt je bij het toepassen van het onderwerp, zoals waar je op moet letten bij het maken van een game. De ondersteunende informatie neemt geleidelijk af, zodat je steeds meer zelf doet. Dit lijkt op Scaffolding. Scaffolding is het Engelse woord voor steiger. Als scaffolding wordt toegepast, staat de begeleider, coach of docent op een spreekwoordelijke steiger en biedt hij een helpende hand om naar het volgende niveau te komen. De cursist moet in zo’n geval wel ook een groot gedeelte zelf doen.

Procedurele informatie is altijd Just in Time beschikbaar, oftewel precies wanneer de cursist het nodig heeft. Informatie over hoe de module werkt, zoals hoe de home-knop eruit ziet, is bijvoorbeeld altijd beschikbaar gedurende een module. In een e-learning moet je namelijk niet bezig zijn met het leren hoe een e-learning werkt! Daarnaast als het gaat over gamemaking, kan procedurele informatie ook gaan over de functionaliteit van de knoppen in de ontwerpsoftware.

Moeten er ook routines (dingen die altijd hetzelfde gaan of zijn) aangeleerd worden? Deze kan je in aparte blokken aanbieden met veel herhalingen in de vorm van deeltaakoefeningen. Deze onderdelen stamp je eigenlijk gewoon in je hoofd. Zoals bepaalde termen binnen het ontwikkelen van games.

Dit alles bij elkaar maakt dat je in korte tijd toch complexe vaardigheden kan aanleren.

Zo zie je maar, ook in e-learning zijn theoretische modellen toe te passen!